Als een speler bij het serveren de bal uit de hand slaat en de tegenspeler heeft  daar last van, kan hij dat aangeven aan de scheidsrechter. De scheidsrechter geeft de betreffende speler opdracht de bal tijdens het serveren op te gooien. Gebeurt dit niet, dan kan hij het punt toekennen aan de tegenspeler. Degene die een opmerking maakt over het uit de hand serveren heeft gelijk en de scheidsrechter bepaalt.

Een correcte opslag
Bij de opslag is het verplicht de bal stil in een vlakke hand te leggen en deze minimaal 16 centimeter nagenoeg recht omhoog te gooien. Daarna kan de bal met het batje geslagen worden. De bal moet tijdens het serveren altijd zichtbaar zijn voor de tegenstander. Ook moet de bal bij het opgooien achter de tafel blijven.

Onacceptabel is:

  • commentaar leveren in woord en/of gebaar op de speler die vroeg om een goede service
  • onfatsoenlijk taalgebruik
  • bedreigingen
  • asociaal gedrag

Gebeurt dit toch, kunnen er sancties volgen.

De ABTF wil een vereniging zijn, waarbij leden respectvol met elkaar omgaan.

Met vriendelijke groet, namens de A.B.T.F. Inge van Veen, secretaris